Neptunus - Schiebroek

Training alleen Kunstgras IEDEREEN is ook vanavond van toepassing

Neptunus

 

DE OORSPRONG van Neptunus ligt in het centrum van Rotterdam, vlakbij de haven, het is dan 1900. De Wijnhaven, Leuvehaven. De Boompjes. De Knottenbeltschesteeg. Woonhuizen aan het water die tijdens het bombardement in 1940 worden verwoest. In die huizen wonen de oprichters van Neptunus. Jonge mannen van rond de 20 jaar, die elkaar kennen van het straatvoetbal en 's avonds bijeen komen in de vele omringende café's biljart. Goed geklede jonge mannen - yups zegt men nu - die hun studies hebben afgerond en veelal ambtelijke banen bekleeden. Op een avond steken ze de koppen bijelkaar, enthousiasmeren hun ouders en laten zich bij de ook toen nog jonge voetbalbond inschrijven onder de naam Neptunus. Nooit is vastgesteld waarom ze die naam kiezen, maar Neptunus is de God van het water en water is er in de buurt van de kleine binnenhavens in overvloed. Nu anno 2010 ligt er in de Wijnhaven een groot drijvend hotel. Daar recht tegenover bevond zich in 1900 het assurantiekantoor van Henk Brouwer, die in april van dat jaar zijn kantoortje ter beschikking stelt voor de beslissende oprichting. Op 1 juni 1900 is het zover. Jan Stomph is de eerste voorzitter. Er zullen er in de 110 jaar waarin Neptunus solo door het leven gaat niet eens zo gek veel volgen.
Frits Timmerman is de tweede voorzitter in 1921. Hij komt van de voetbalclub Het Westen, waarmee Neptunus in dat jaar fuseert. Hoofdonderwijzer Timmerman blijft voorzitter tot 1956. Dat is 35 jaar lang. Dat zijn ouderwetse getallen. Zijn opvolger Ton van Heusden -  dagbladdirecteur van Het Rotterdamsch Parool - leidt de club 19 jaar. Ab Hogedoorn  van 1975 tot 1982, maar was al vanaf 1956 secretaris.
Daarna gaat het iets sneller. Jan Vuisting is 2 jaar voorzitter, Max den Hartogh ook, terwijl Joop Hogedoorn, Ben van Ark en Jan Keijzer ieder een periode van 3 jaar voor hun rekening nemen. Jan D. Swart bekleedt die functie zelfs drie keer, steeds tussen de anderen in. Hij is het ook als Neptunus in 2011 fuseert met Schiebroek' 94 en hij blijft het onder de naam Neptunus-Schiebroek. Aanvankelijk in duo met Leo Jansen, later alleen.
Terug naar 1900. De eerste gezamenlijke inleg van de pioniers Herman Kelder, Henk Brouwer, Henk Wels, Jan Voorwalde, Piet Schmitt, Frans de Bruckers, Jan van Dun en Jan Stomph is één gulden en vijfenzeventig cent voor de eerste ballen.

MET TWEE ELFTALLEN legt Neptunus zijn basis. Twee elftallen is de startvoorwaarde die de voetbalbond destijds uitvaardigt. Maar aangezien de oprichters in 1900 slechts over achttien spelers beschikken bedenken ze valse namen en spelen op één zondag bij toerbeurt deze achttien jongens zowel in het eerste als tweede elftal. Het gehuurde voetbalveld ligt in het Park, waar nu de Euromast staat. Per fiets op tien minuten afstand bereikbaar vanaf een in de buurt gelegen pakhuis waar ze zich in de voetbalkleding hijsen. Elke donderdagavond komen de spelers bijeen in een café aan de Hoogstraat en delen zij zichzelf in de beide elftallen in. De allerjongste is Klaas van Dun. Hij is 14 jaar, maar ziet eruit als 18. Besloten wordt te spelen in gestreepte shirts met de marineblauwe kleur, zwarte broeken en marineblauwe kousen met een witte omslag. Belangrijke spelers van het eerste elftal zijn: Leo Scheepsma, Theo Lammers, L. van Schooneveld, Cas Steens, wiens kleinzoon Hans van Alphen jaren later nog in de junioren speelt en rond 2000 in de veteranen, en W. Boere, de grootvader van Wim Boere.

HET VOETBALVELD in het park wordt bespeeld door meerdere jonge clubs, zoals ook Sparta. Er is een overlegcommissie om de speeltijden te kunnen verdelen. Elke club zorgt voor zijn eigen bal, zijn eigen grensrechter en vrijwilligers die de entreekaarten verkopen. Neptunus groeit in die jaren in een ommezien van tijd uit tot een redelijk grote stadsclub. Voetbal is de nieuwe sport en razend populair bij de eliten. In de gefilmde documentaire over de geschiedenis van Neptunus ziet men duizenden mensen het veld in het Park omzoomen. De clubkas wordt daarmee gespekt en men gaat met het eerste elftal deelnemen aan buitenlandse toernooien in België en Duitsland. In de competitie speelt Neptunus sportief een rustige rol in de tweede klasse. In het jubileumboek 1900-2000 zijn een tweetal bewaard gebleven eindstanden gepubliceerd. Opmerkelijk is dat Neptunus in die tijd tegen de tweede elftallen van HVV en VOC speelt, maar zelfs de wedstrijden Neptunus 1 - HVV 2 trekken in het Park duizenden toeschouwers.

HET CAFE BEZOEK VAN Neptunianen is in die beginperiode opvallend. Alle oude brieven en geschriften die bewaard zijn gebleven worden ondertekend met datum en locatie. Die locaties zijn in alle gevallen café's. Dat duidt niet per definitie op het vermoeden dat de eerste leden van Neptunus notoire drinkers zijn. Wellicht ook wel, maar men moet in ogenschouw nemen dat er geen eigen clubhuis is. Vergaderingen worden gehouden met name in de Hoogstraat, waar het Rotterdamse publiek gewend is te paraderen. Maar ook in café biljart van Frans de Bruijckers aan de Leuvehaven, in herberg Metskes aan de Korte Hoogstraat en Kubin aan de Houttuin. In het tuinhuis van Montefoire verblijven bestuur en spelers een tijdlang zelfs gratis (eigenaar is supporter), maar dat houdt op als daar een keer zo met drank wordt huis gehouden, dat alle Neptunianen uit het tuinhuis worden verwijderd.

1910 - 1920

DE HOOGTIJ JAREN VAN de start in het Park lijken voorbij. De gemeente Rotterdam heeft andere bedoelingen met de groenmat en de omringende bomen. Neptunus moet - gelijk de andere verenigingen - uitzien naar een ander veld. Die zoektocht duurt jaren. Rond 1915 wijkt Neptunus noodgedwongen uit naar een voetbalveld van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij (op Zuid). Niet de ideale plek voor jongens van de noorder Maasoever. Men moet voor trainingen en wedstrijden overvaren. Het geeft ontwrichting in de onderlinge binding. Maar de clubavonden worden nog steeds massaal bezocht en vinden plaats in tal van café's, die het centrum van Rotterdam in die jaren rijk is. Maar rond 1917 komt in alles de klad. De enthousiaste oprichters worden ouder, krijgen opgroeiende kinderen, daardoor minder gelegenheid om de beroemde clubavonden te bezoeken en kiezen voor hun maatschappelijke loopbaan. Het aantal kaderleden loopt zienderogen terug. Ook het ledenbestand. Te meer omdat er geen uitzicht is om het terrein van de RDM te kunnen verlaten. Er is onvoldoende speelcapaciteit voor de slechts met mondjesmaat toeschrijdende jeugdleden. Een crisis dreigt.

DIE CRISIS bereikt het hoogtepunt in het seizoen 1918-1919. Neptunus is dan inmiddels uitgeweken naar Vlaardingen. Dat blijkt als locatie nog tragischer dan het veldje van de RDM. Er wordt faillissement aangevraagd. Ook de naam Neptunus wordt uitgeschreven bij de voetbalbond. Het ledental heeft een dieptepunt bereikt. Maar niet alle leden kunnen het einde van Neptunus verkroppen. Met name Henk Walter niet, een vertegenwoordiger in sigaretten en sigaren. Op eigen initiatief - achter de schermen - zoekt hij contact met de in Schiebroek spelende voetbalclub Het Westen en precies één dag na het versturen van de officiële opheffingsbrief aan de voetbalbond staat Henk Walter op de stoep van het bondsbureau en schrijft Neptunus opnieuw in. Met de daarbij afgegeven belofte dat een fusie met Het Westen aanstaande is. Het lukt. Neptunus en Het Westen gaan samen. Men gaat spelen in Schiebroek. Het Westen heeft kader en er komt een totaal nieuw bestuur. In het kielzog van Henk Walter formeert namens Neptunus Wim Favier mee. Favier is penningmeester van Neptunus. Het latere in 1945 gebouwde clubhuis aan de Abraham van Stolkweg krijgt zijn naam. Niet eens vanwege zijn grote verdiensten. Maar vooral omdat Wim Favier de oorlogsjaren niet overleeft.

1920 - 1930

HET WESTEN als fusiepartner is voor Neptunus interessant, omdat deze club kader heeft. Bovendien een jeugdafdeling, die onder leiding staat van een jonge onderwijzer: Piet Roomer. Het Westen heeft nog andere onderwijzer in zijn midden: Frits Timmerman. Piet Roomer is zelf voetballer van het eerste elftal van Het Westen, terwijl Frits Timmerman doelman is in een lager team. Beide mannen zijn een groot voorstander van de fusie met Neptunus, omdat wat Het Westen niet heeft wat Neptunus wel heeft: geld en relaties om blijvend aan geld te komen. Het Westen is een klassieke arbeidersclub, terwijl de leden van Neptunus voortkomen uit de betere kringen. Jongens met goede banen en vaders met geld. Die combinatie leidt tot het samengaan. Wie betaalt bepaalt, dus behoudt Neptunus om die reden zijn eigen naam. Frits Timmerman, zijn broer Henk en Piet Roomer maken daar geen enkel punt van. Zij gaan besturen en krijgen vanuit Neptunus vooralsnog alleen Wim Favier in hun bestuursmidden. De formatie gaat werken. Het nieuwe Neptunus groeit weer. De jeugdafdeling wordt groter en groter. Piet Roomer scout op de schoolpleintjes en Frits en Henk Timmerman lobbyen bij de gemeente Rotterdam om het eenvoudige speelveld in Schiebroek te kunnen verruilen voor een nieuwe accommodatie, bijvoorkeur in het Westen van de stad. Daar is Roomer onderwijzer. In 1926 is het einddoel bereikt. Neptunus opent op de kale vlakte van Laansloot een nieuw terrein.

De grote leiders van Neptunus gedurende de aaneengerekte periode van 1920 tot 1957, v.l.n.r.: Piet Roomer, Frits Timmerman (voorzitter) en Henk Timmerman.

 

LAANSLOOT ligt achter Spangen. Het is bereikbaar via de spoorbaan aan het einde van de Bilderdijkstraat. Meer dan de helft van de nieuwe leden van Neptunus die na 1926 toetreedt woont in Spangen en wandelt naar het veld, dat omzoomd wordt door een houten kantine, houten kleedlokalen en houten tribune, die in 1945 wordt overgebracht naar de Abraham van Stolkweg. De aanwas van nieuwe leden is enorm, met name in de jeugdafdeling. Het eerste elftal speelt in de 2e klasse en herbergt een middenvoor, die in 1929 als eerste Neptuniaan opgeroepen wordt voor de training van het Nederlands elftal: Charles le Noble. Maar zijn maatschappelijke loopbaan en normale plezieren in het leven (hij rookt) besluiten hem van een verdere ambitie af te zien. Alle pogingen om Le Noble alsnog tot andere gedachten te brengen mislukken, hij voelt zich niet thuis binnen de upperclass van de KNVB.

1930 - 1940

HET EERSTE ELFTAL bestaat in het begin van de dertiger jaren uit spelers, die we later in de geschiedenis van de club terugzien in tal van functies. Zoals de lange Jan van der Meer, die aan het einde van zijn sportieve loopbaan jeugdtrainer wordt en de opleider is van talenten als Louis Corpeleijn, Frits den Braber en Cock Luyten. Ook Jan Nouwens is vaste kracht van het eerste elftal en tevens kantinebeheerder op Laansloot. In de vijftiger jaren emigreert hij naar Australië, maar als hij terugkeert is hij tot aan zijn dood een dagelijkse kracht in de werkploeg. Ook doelman Thom Smit zal later deel uitmaken van het bestuur, later van de lotto- en totocommissie. Nu kan men zich dat niet meer indenken, maar in de dertiger jaren is er een enorme ambitie bij clubleden om gekozen te worden in het bestuur en de vele commissies, die de club rijk is. Met name zitting hebben in de elftalcommissie is een soort kroon op het werk. Want alleen de elftalcommissie bepaalt wie waar wordt opgesteld. Daar valt ook het eerste elftal onder. De trainer is slechts onderdeel van die commissie, met 1 stem.

IN HET KADER van commissies is er in de dertigerjaren vrijwel alles wat denkbaar is. Van feestcommissie tot biljartcommissie. Er zijn dagelijkse bezigheden. Van redactiecommissie (clubblad) tot aanschrijvingscommissie, waarvan de leden - om postzegels uit te sparen - alles huis aan huis bezorgen. Het clubleven floreert, want het leven is sober. Men zoekt elkaar op. De bereidheid om iets voor de club te doen is groot. Het is elke zaterdag en zondag druk op Laansloot, waar het 1e elftal nog altijd in de 2e klasse speelt met wisselend succes en inmiddels met twee spelers in zijn midden die het Nederlands elftal halen: Leen Vente en Henk van Spaandonck. Zij zijn de publiekstrekkers. Met als gevolg dat Leen Vente als eerste in de geschiedenis van Neptunus zwicht voor geld. Hij vraagt overschrijving naar Feyenoord en krijgt in de binnenstad een café ter pacht. In de maandelijks verschijnende Neptunus Revue wordt er merkwaardigerwijs weinig aandacht aan besteed. Het lijkt alsof dit al jaren in de lucht heeft gehangen.

1940 - 1945

DE EERSTE oorlogsjaren gaan ogenschijnlijk rustig aan Neptunus voorbij. De competitie draait normaal door. Het clubleven ondergaat niet of nauwelijks een wijziging. Totdat er een verdwaalde Britse bom op het westen van de stad valt en een aantal Neptunianen daarbij het leven verliest, onder wie 1e elftalspeler Dick Savert. Hij zit samen met zijn broer Aad Savert te kaarten in het Neptunus-café van Sam van Dam en wordt dodelijk getroffen. Aad Savert overleeft de crash en is nu (2010) het oudste lid van de club. Ook de zwager van 1e elftalspeler Ab Hogedoorn - Joop Vermeulen - moet het vergeten bombardement met zijn leven bekopen en als in mei 1945 de oorlog voorbij is, blijkt het totale verlies aan Neptunus-leden groot. Ook een van de grondleggers van Neptunus - Wim Favier - blijkt te zijn omgekomen. Men weet het allemaal pas laat. De communicatie is gebrekkig en eenzijdig. Ook over de welstand van de jonge Neptunianen, die tijdens de Duitse razzia's in Rotterdam zijn weggevoerd om in Duitsland werkzaamheden te verrichten. Een enkeling - zoals Gijs Doolaard - komt zelfs pas tien jaar later uit Duitsland terug.

EEN VAN DE RAZZIA'S heeft plaats na afloop van de beslissingswedstrijd Neptunus - HVV op het Sparta-terrein. Het is dan zomer 1944. Als het publiek Het Kasteel verlaat, worden ze door de bezetter opgewacht. Het is domper op een feest, want Neptunus promoveert die dag voor het eerst in zijn bestaan naar de 1e klasse, de hoogste afdeling van het voetbal. Het wint met 3-1 van HVV op een uitverkocht Kasteel met een elftal, dat volledig uit ex-junioren van Neptunus bestaat. Met als enige uitzondering de van HION afkomstige Jan Everse, die na de oorlog de derde internationaal van Neptunus zal worden. Het succesvolle elftal, dat de laatste wedstrijden van die competitie getraind wordt door de toen al befaamde voetbalcoach Richard Dombi, herbergt een keur aan talent. Behalve de internationals Van Spaandonck en Vente en de latere Oranje-speler Everse behoort ook doelman Wim Landman tot een clubgrootheid. Hij wordt pas keeper als hij 18 jaar is. Daarvoor is hij in de junioren stopperspil van alle hoogste jeugdteams. Als doelman is hij echter ongenaakbaar in een verdediging, waarin Bram de Cocq, Henk van Seijen en Ab Hogedoorn de vaste steunpilaren zijn. Maar ook de voorhoede krijgt bewondering, met op rechts Gerrit Batsleer (bijnaam De Halve Zool) en de jonge blonde middenvoor Arie Luyten, die na afloop van de beslissingswedstrijd tegen HVV Het Kasteel in Spangen verkleed als vrouw verlaat om de razzia's te ontwijken. Van het destijds beroemde elftal is Luyten in 2010 nog de enige in leven. Hij woont in Australië.

IN 1942 NEEMT Neptunus een initiatief waarvan men zich de latere betekenis niet kan bevroeden. De voetballers gaan honkballen. Het is een bezigheid uit verveling en gebrek aan vakantiegeld. De voetbalcompetitie eindigt in mei en wordt in september hervat. De tijd ertussen vinden sommigen te lang en aangezien ze hun tijd toch in en rond het clublokaal doorbrengen kopiëren ze het voorbeeld van Sparta en laten mannen als Ab Hogedoorn, Wim Landman, Henk van Seijen, Beer van Klinken, Pim Eerdmans, Henk de Kreek, Max den Hartogh en kantinebaas Jan Nouwens zich voor de nieuwe sport opleiden door de heer Nederlof, een Spartaan. De enige nog levende oud honkballer uit die tijd, Henk de Kreek, zegt in de filmdocumentaire (2010) dat de eerste pogingen niet veel voorstellen, nauwelijks aandacht krijgen en dat voorzitter Frits Timmerman er eigenlijk niet zo'n grote voorstander van is, omdat hij het voetbalveld in de zomermaanden kaler en kaler ziet worden. Maar gemoedelijk als Timmerman is, doet hij de handen voor zijn ogen en laat de honkballers zijn gang gaan. Het zijn immers zijn eigen eerste elftalspelers, die hem het verzoek doen.

1945 - 1950

NA DE PROMOTIE van de 2e naar de 1e klasse besluit de KNVB de volgende competitie (seizoen 1944-45) niet te laten spelen. Vele clubs kunnen vanwege de massale razzia's en onderduikacties geen behoorlijke elftallen op de been brengen. Neptunus moet zodoende tot na de oorlog wachten om te laten zien dat het een waardige kracht is in de hoogste afdeling, waarin het de komende jaren speelt tegen clubs als Ajax, Feyenoord, De Volewijckers en Haarlem. De maatregel van de KNVB wordt door de nood gedwongen ook met vooruitziende blik genomen, want de winter van 44-45 is streng. Het wordt kouder. Er is voedselschaarste. Er wordt nauwelijks getraind op Laansloot, waar des nachts de houten staantribunes in het geheim worden doorgezaagd om de kachels te laten branden. Het is paniek in Rotterdam. Ook de houten zittribune verliest zijn banken, dus als de winter voorbij is en voorzitter Frits Timmerman het stille jaar gebruikt heeft om de gemeente ervan te overtuigen dat Neptunus als eerste klasser een betere accommodatie verdient, gaat alleen het omhulsel van de oude tribune mee naar de nieuwe locatie aan de Abraham van Stolkweg. Het is dan december 1945.

ALS DE OORLOG definitief voorbij is kan Neptunus eindelijk starten in de verworven eerste klasse. Uit alle hoeken van Nederland en Duitsland komen de spelers na de bevrijding weer te voorschijn en meteen slaat Neptunus in de hoogste klasse als een pauw zijn waaier uit. De prestaties zijn boven verwachting met een elftal, dat met name uitblinkt door een opzienbare werklust en saamhorigheid. Ook het tweede seizoen in de eerste klasse verdient respect, maar in het derde dreigt het fout te gaan. Bovendien treft Neptunus het noodlot dat doelman Wim Landman voor 31 december (de datum waarop vroeger overschrijving moest worden ingediend) aangeeft de zomer daarop voor Sparta te willen uitkomen. Per onmiddellijk begrijpt iedereen waarom en Het Vrije Volk (redacteur Jen Vlietstra) beseft dat door het rijmpje te publiceren dat al snel de ronde doet: Sparta in het nauw koopt Landman en Terlouw. De eerste grote rel aan de Abraham van Stolkweg is een feit. De oude onderwijzers Timmerman en Roomer zijn zo verbolgen dat zij in samenspraak met de elftalcommissie besluiten om Landman per 1 januari ook niet meer in het eerste elftal op te stellen. Totdat drie maanden later blijkt dat dit principiële besluit wel eens een onverwachte degradatie tot gevolg zou kunnen hebben en prompt doet men alsnog een beroep op Landman. Weliswaar houdt hij voet bij stuk door het aankondigen vast en zeker voor Sparta te zullen kiezen, maar hij keept desalniettemin de laatste wedstrijden van het seizoen op ouderwets begaafde wijze en Neptunus is ook na seizoen 1948-49 gewoon eerste klasser. Het zal daarna 24 jaar duren voordat Landman nog een keer terugkeert aan de Abraham van Stolkweg. Hij speelt dan mee in een veteranenwedsttrijd, maar nog altijd blijkt op die avond dat de oude leiders hem de overstap naar Sparta niet hebben vergeven.

1950 - 1960

IN MEI 1951 degradeert Neptunus uit de eerste klasse. In de nacompetitie om één plaats gaat het in een volledige competitie tussen UVS, Emma en Neptunus. De start is verrassend goed. Maar uiteindelijk moet Neptunus in een vol Feyenoord-stadion het hoofd buigen voor het Dordtse Emma. Het beslissende doelpunt - op film bewaard - wordt gescoord door Janus van der Gijp. Het ergste van de degradatie is dat er in de jaren daarna een ware uittocht is van kwalitatieve spelers, mede gevoed door de opkomst van het betaalde voetbal. Eerst is dat betaalde voetbal illegaal, daarna wordt het schoorvoetend en met veel kabaal toegestaan. Neptunus verliest Jan Everse en Bas Versprille aan Profclub Rotterdam, Arie Luyten en Eef Zondervan aan Feyenoord, Leen van Rixoort aan Sittardia en Lies Dufourné aan Sparta. Een ernstig verlies, te meer omdat Neptunus in 1951 om leeftijdsredenen al afscheid had moeten nemen van zijn internationals Henk van Spaandonck en Leen Vente en routiniers als Gerrit Batsleer, Bram de Cocq en Henk van Seijen.

TOT AAN 1955 zijn de prestaties van het eerste elftal in de 2e klasse vrij mager. Wel is er vanuit de jeugd een talentvolle opkomst (Daan Pijper, Cock Luyten, Frits den Braber, en Louis Corpeleijn), maar het betaalde voetbal scout zich in die jaren een ongeluk, zodat ook zij binnen no time de eerste guldens gaan verdienen. Corpeleijn is in 1955 de eerste (Excelsior). Luyten (NAC) volgt in 1956 en Den Braber vertrekt in 1957 naar Xerxes, maar keert in 1959 alweer terug. De terugval van Neptunus in die jaren leidt intern tot onrust. Er is een groepering die de romance met het betaalde voetbal hoog in het vaandel heeft. Die wordt geleid door ir. Chris Kips, de elftalleider van het eerste team. Hij is er nog maar kort maar ziet een schare opposanten achter zich te krijgen, plus een aantal twijfelaars. Uiteindelijk verliest Neptunus in die onbalans in 1956 niet alleen het 2e klasserschap (degradatie naar de 3e klasse, voor het eerst in de geschiedenis) maar tevens zijn prominente bestuurders Frits en Henk Timmerman en Piet Roomer, die vanaf 1920 het gezicht van Neptunus bepalen. Ze treden af na een emotionele vergadering en worden vervangen door jongeren, onder wie de oud eerste elftal spelers Ab Hogedoorn en Aad Mink, terwijl Ton van Heusden voorzitter wordt.

SYSTEMATISCH VOOR de terugval is in 1955 de degradatie naar de 3e klasse. Nooit eerder in de geschiedenis speelt Neptunus zo laag. Maar binnen een seizoen wordt de verloren positie herwonnen. Niet met een titel, maar met een automatische promotie. Neptunus eindigt dat seizoen als tweede achter VFC, tegen welke club nog wel een beslissingswedstrijd wordt gespeeld op het uitverkochte (oude) terrein van Hermes DVS in tweemaal driekwartier aanhoudende regen. Oudste eerste elftalspeler is dan aanvoerder Ab Hogedoorn. De jongste reserve: Cock Luyten. Trainer Piet Smit blijft aan, maar wordt in 1958 vervangen door Leen Vente. In 1959 arriveert Gijs Doolaard en begint de intocht van de eerste spelers die of bij het nieuwe betaalde voetbal zijn afgevallen of het betaalde voetbal net niet halen. Het nieuwe bestuur van Neptunus wil terug naar de 1e klasse en zet bestuurslid Jan Verburgh in voor de werving van spelers. In 1958 komt bijvoorbeeld Ben de Ruijter over van Feyenoord en in 1959 volgen Henk Verhoek (SVV) en Jan Holzhauer (HOV).

1960 - 1980

Neptunus 1 (1965, promotie naar hoofdklasse). V.l.n.r. (staande) Henny de Geus (verzorger), Leo Vogelaar (grensrechter), Ronald Klomp, Theo Jansma, Fred Bravenboer, Harry Veldboer, Ben de Ruyter, Jan Keijzer, Jan Dammers (leider), Gijs Doolaard (trainer). Zittend: Henk Verhoek, Wim Wolffers, Hans van Yperen, Theo v.d. Most, Bep Hoek, Hans Bassant en Jan Verweij.

 

Van 1960 tot 1970 speelt Neptunus over het algemeen prachtig voetbal in de top van het amateurvoetbal. De meeste jaren onder trainer Gijs Doolaard, die na zijn korte periode bij Hermes DVS en Gouda in 1972 weer terugkeert. Doolaard hoort bij Neptunus. Hij is zeer initiatiefrijk, opmerkelijk apart, heeft humor, houdt van dollen, behalve als hij zelf het slachtoffer is. Er is bij Neptunus altijd wel weer een verlangen naar Gijs Doolaard als andere trainers moeite blijken te hebben met de aparte sfeer aan de Abraham van Stolkweg. Om die reden heeft Neptunus na zijn roemruchte periode (tot aan 1951) altijd de meeste successen gekend met trainers, die – net als Gijs Doolaard – uit eigen kring voortkwamen. Ook Henny de Geus is er daar één van. Zelf slechts recreatievoetballer – niveau Neptunus 8 – maar als trainer van het 1e elftal van Neptunus uiterst succesvol in de jaren tachtig, met twee titels in drie jaar: promotie van de 2e klasse naar de hoofdklasse. Met onder anderen het huidige Stichtingsbestuurslid van Neptunus-Schiebroek (Pim Giessen, wiens vader bij Schiebroek speelde) en hoofdsponsor Hennie Huigen. Eerder was Henny de Geus al eens kampioen geworden met Neptunus Jeugd in de hoogte afdeling (waarin Sparta, ADO en Feyenoord speelden) met spits Henny Brugman, nu ook bestuurslid van de Stichting Vrienden van Neptunus. materiaalman Aart Visser, en Jan Kapitein (nu bardienst) en Raymond Hulscher, die hand en spandiensten verleent op het terrein aan de Hazelaarweg. En het aardige van die geschiedenis is dat Henny de Geus nog een seizoen trainer was van Schiebroek, samen met Gerrit Batsleer. In dat Schiebroek-elftal speelden ook Hulscher en Kapitein, maar ook Bram de Cocq en Harry Heijerman. Als Henny de Geus als trainer stopt, speelt Neptunus nog altijd hoofdklasse. Trainer Freek van der Lee handhaaft die positie, maar met Hans Bentzon degradeert Neptunus lachend terug naar zelfs de 2e klasse. Aan sfeer geen gebrek. Er wordt zelfs polonaise gelopen na de degradatie, wat wel enigszins de merkwaardigheid van de club typeert.

Neptunus 1 (1977, promotie naar hoofdklasse). V.l.n.r. (staande) Ad Lol (masseur), Henny de Geus (trainer). John Wijers, Rob van Rooy, Hennie den Ouden, Theo Olofsson, Pim Giessen, Ton van ’t Hof, Rob Sauer, Han Glimmerveen (verzorger), Aad Jansen (leider) en Max den Hartogh (bestuurslid). Zittend: Ton v.d. Merwe, Joop Hogedoorn, Hans v.d. Linde, Martin van Vugt, Hemmie Giessen, Gerrit Kort en Bart Kreft.

 

1980 - 2010

In die periode van twintig jaar is er een verandering gaande aan de Abraham van Stolkweg. De wijken rond de accommodatie verpauperen en ook bij Neptunus mislukt naar landelijke tendens de integratie. Ouders van de nieuwe Nederlanders nemen geen deel aan het verenigingsleven en de oude clubleden, die ooit dag en nacht in het clubhuis verbleven, vertrekken naar de buitendorpen. Hun kinderen gaan dus elders voetballen: dicht bij huis. Langzaam maar zeker verdwijnt de oude vertrouwde sfeer en daarmee het familieclubleven.
Ook de honkbaktak wordt sterker en honkbal is een niet wijk gebonden sport. Als in 1999 de voetbalkantine (De Ton van Heusden-Burcht) moet worden afgebroken omdat er een prachtig honkbalstadion uit de grond wordt getoverd heeft dat niettemin consequenties. Oude leden voelen zich er niet meer echt thuis. Bovendien is het een uitstervende generatie. En de jongere tak - geboren tussen 1955 en 1970 - laat het vervolgens compleet afweten. (Dixit: Michel van der Linden in een latere 3 uur durende film over de geschiedenis van Neptunus).
Het gaat allemaal bijna onopmerkbaar. De vanzelfsprekende vanzelfsprekendheid van het vader op zoonlidmaatschap en het als senior automatisch jeugdleider worden, die gewoonte verdwijnt. De seniorenleden wonen niet meer in het Westen van de stad. Hun kinderen gaan elders spelen. De nieuwe kinderen van allochtone afkomst kennen de geschiedenis van de club niet, zijn daarin ook niet opgevoed en ook niet in geïnteresseerd en hun ouders doen niet mee aan wat ooit zo gebruikelijk was. Geleidelijk verandert het verenigingskarakter van Neptunus met als gevolg dat in 1998 de voetbaltak vrijwel kaderloos is.
Jan D. Swart – door Frits den Braber van stal gehaald – reanimeert de zaak, verzint met Paddy Roomer samen het wilde 7 tegen 7 voetbal en haalt binnen een half jaar 32 teams binnen, voornamelijk oud-leden. Neptunus kan weer vooruit, maar moet dat per 1999 doen in een nieuw honkbalstadion. De honkbaltak is zo gegroeid dat er voetbalvelden moeten worden opgeofferd en eigenlijk spreekt men aan voetbalzijde van een mirakel dat hun tak nog tot 2011 aan de Abraham van Stolkweg overeind is gebleven.
Jeugdleden genoeg. Maar geen binding. Ook geen vooruitzichten omdat oudere leden niet meer komen en de ouders van de nieuwe jeugdleden geen enkele belangstelling voor het clubleven tonen. De laatste der Mohikanen blijven over en steunen het 1e elftal dat nog steeds op hoog niveau en vanaf 1990 met Rob Jacobs als trainer, eerst in de tweede, later in de 1e klasse spelen. En er bereiken in die loop der jaren elf eerste elftalspelers het betaalde voetbal:
01. Delano Hill (PSV)
02. Jerry Simons (PSV)
03. Jimmy Simons (PSV)
04. Michel Poldervaart (Feyenoord)
05. Joey Bijlow (Feyenoord)
06. Royston Drenthe (Feyenoord)
07. Jesper Hogedoorn (Feyenoord)
08. Moreno Freire (Sparta)
09. David Ekcini (Sparta)
10. Edson Rosario (FC Utrecht)
11. Nourdin Boukhari (Sparta)
Misschien zowel symptomatisch als symbolisch is dat in de lange drie uur durende film over de geschiedenis van Neptunus die namen niet eens worden vermeld. De oud-leden hielden vast aan de historie van weleer toen het verlaten van de club in de grond van de zaak 'een schande was'. Toch bereikten ook na 1954 eerste elftalspelers van Neptunus het betaalde voetbal:
01. Wim Landman (SHS).
02. Bas Versprille (Holland Sport).
03. Leen van Rixoort (Sittardia)
04. Cock Luyten (NAC).
05. Frits den Braber (Xerxes).
06. Daan Pijper (Excelsior).
07. Louis Corpeleijn (Excelsior).
08. Jan Allart (Sparta).
09. Carl van der Lek (Excelsior).
10. Gerrit Kort (Excelsior). 
11. Ger van der Lek (Fortuna Vlaardingen)
12. René Vermunt (Excelsior).

Totdat op een avond in de voorzomer van 2010 in café Van Eijk door Rob Jacobs een poging wordt ondernomen om de eerste elftalspelers Sander v.d. Velden en Vincent Velt van Schiebroek '94 voor Neptunus te enthousiasmeren. Een poging die mislukt omdat Sander en Vincent zich te veel clubjongens voelen. (Respect!).
Maar ze geven wel een tip mee: Schiebroek '94 zoekt een fusiepartner. En zo geschiedde. Op een later zomeravond in 2010 brengen de Schiebroek-bestuursleden Ger Henkelman en Jan Steigenga een bezoek aan de Abraham van Stolkweg en nemen samen met Jan Keijzer en Aart Visser (Neptunus) de eerste voorzichtige stappen naar een fusie, die in de lente van 2011 een feit wordt.

"met elkaar, voor elkaar"

palace-casinos.nl

asta casino

De Roock

SponsorKliks