Neptunus - Schiebroek

Training alleen Kunstgras IEDEREEN is ook vanavond van toepassing

De geschiedenis van Unicum

 

Een samenvatting (plus een paar aanvullingen) van de geschiedenis zoals deze werd opgenomen in het jubileumboek ter gelegenheid van het zeventigjarig bestaan in 1991. Het stuk is geschreven door Adri de Visser, de geschiedschrijver en archivaris van Unicum.

De Christelijke Sportclub Unicum werd in het begin van het jaar 1921 opgericht uit een fusie tussen Jongelingsvereniging “Pengharapan”, die zich in roodwitte kleuren ook met voetbal bezig hield, en het in blauw-wit spelende “Unicum”.

De naam “Unicum” bleef gehandhaafd en de clubkleuren, rode broek en wit shirt, leverde Pengharapan.

De oprichtingsdatum werd 21 juni 1921 en het beroemde en beruchte koolasveld Schuttersveld werd ons terrein waar geen grasspriet op groeide.

Unicum had met dit veld een unicum, echt enig in zijn soort, want wanneer andere velden door zware regenval of andere calamiteiten onbespeelbaar waren, werd er op het Schuttersveld gespeeld. Met een aantal enthousiastelingen werd een half uur vóór de wedstrijd het veld met prikkers bewerkt en kon de wedstrijd doorgang vinden.

Ik wil deze zeventig jaren in drie periodes verdelen, nl.: die van vóór de oorlog tot mei 1940, tijdens de oorlog tot mei 1945 en de naoorlogse van mei 1945 tot heden.

In de vooroorlogse periode speelde Unicum eerst in de CRVB, de Christelijke Rotterdamsche Voetbal Bond, en na promoties in de NVCB, de Christelijke Nederlandse Voetbal Bond, waar diverse kampioenschappen behaald werden.

Bekende clubs in deze periode waren verenigingen die tot op heden nog in de K.N.V.B. spelen, zoals: Oranje-Wit uit Dordrecht, Steeds Hooger (nu S.H.O.) uit Oud Beijerland, Pro Patria (nu P.P.S.C.) uit Schiedam, H.B.S.S uit Schiedam, Zwart Wit (’28) uit Rotterdam, Zwaluwen Vlaardingen, Vitesse uit Delft, V.V.O.R. uit Rotterdam, W.I.A., D.O.S.’32 en T.O.G.R. uit Rotterdam.

In die vooroorlogse jaren hebben vele Unicum-leden zich voor de vereniging  verdienstelijk gemaakt. Als ik namen mag noemen, denk ik uit overlevering aan: Jan Blacquire, Cor van Hout, Piet Mostert, Siem Korthuis (onze clubdichter/Eska), Jan en Paul Lezer, de gebr. Meijer en Huib v.d.Hucht.

Unicum 1 promoveerde in 1937-38 van de tweede naar de hoogste klasse van de CNVB.

Speciaal noem ik “CD”, de heer C.D.van Meerkerk, die vele jaren, ook na de oorlog nog, de voorzittershamer hanteerde en Coen Muller, die in 1926 lid werd en een jaar later al secretaris van de vereniging was en vele andere functies bekleedde. In 1951 volgde hij de heer Van Meerkerk als voorzitter op, welke functie hij tot 1965 met volle overgave vervulde. Ook op het voetbalveld stond hij jarenlang zijn mannetje. Als linksbuiten in het N.C.V.B.-elftal dolde hij vele defensies van de tegenpartij. Uit die periode wil ik nog wat namen noemen van personen, die tot op heden nog lid van onze vereniging zijn. Dan denk ik aan Aad Nieuwland, die nu nog dinsdagmiddag om de veertien dagen, op ruim tachtigjarige leeftijd, per fiets naar de Hazelaarweg komt om bij de verzending van de weekbrief assistentie te verlenen aan Cor Bijl, die de wedstrijden van ons eerste elftal nog steeds volgt en aan Jan Martens, die vóór en na de oorlog jarenlang het secretariaat bekwaam beheerde en later de voorzitters-hamer hanteerde.

Ter afsluiting van de vooroorlogse periode wil ik nog een paar feiten in herinnering brengen.

Onder redactie van Huib v.d.Hucht werd een gestencild blad, De Unicummer, uitgegeven, Gerrit Brouwer verzorgde de administratie.

Op 28 augustus 1939 moesten vele Unicum-leden de wapenrok aantrekken wegens de algehele mobilisatie. Op 1 september brak de eerste wereldoorlog uit. Bij Unicum werden maatregelen getroffen om met onze soldaten in contact te blijven. Op 14 mei 1940, bij het bombardement van Rotterdam, ging veel documentatie-materiaal en vele Unicum trofeeën in de zaak van de gebr. v.d.Heijden verloren.

Met periode twee, de oorlogsjaren, brak voor onze vereniging een moeilijke tijd aan. Tijdens de oorlog is het voortbestaan van Unicum in gevaar geweest. In 1941 waren op Duits bevel de principiële bonden, dus ook de CNVB met behoud van hun principiële waarden, opgegaan in de Nederlandse Voetbal Bond afdeling Zaterdag-voetbal. Daar vele leden tijdens de bezetting in Duitsland te werk gesteld werden en anderen onderdoken, kon men slechts met één elftal aan de competitie deelnemen. Vóór het uitbreken van de oorlog had Unicum nog drie senior- en twee juniorelftallen.

Het vertrouwde Schuttersveld had Unicum prijs moeten geven voor Laag-Zestienhoven. Met de nieuwe situatie kregen we diverse andere tegenstanders: o.a. G.E.B., M.F.B., R.V.A., Pelikaan, Z.W., Excelsior Pernis en Excelsior Maassluis.

Wegens de verduistering konden geen ledenvergaderingen worden gehouden. Ondanks al deze tegenslagen probeerde een driemanschap t.w. Wim van Heusden, Joop Meijer en Bep v.d.Heijden de vereniging op de been te houden. Hulde aan deze mannen die nog tijd vonden om de vereniging nog enigszins bij elkaar en draaiende te houden. Uit welingelichte bron wil ik de naam van de eerste penningmeester uit die tijd noemen, Bep v.d.Heijden, die op het financiële vlak als redder va Unicum genoemd mag worden.

Door de opheffing van de Sportvereniging D.W.L. (Drinkwaterleiding) kwamen nieuwe leden over, o.a. Jan Erkelens (keeper) en Tim Vorstenbosch, die al snel in ons bestuur werden opgenomen. Ik wil met de bevrijding van Nederland op 5 mei 1945 deze tweede en zeer sombere periode afsluiten en mij gaan wijden aan de naoorlogse periode waarin ons Unicum van een kleine naar één van de grootste verenigingen in het zaterdagvoetbal zou uitgroeien.

De oorlog was voorbij en in periode drie stond Unicum voor de zware taak onze vereniging weer op te bouwen. Onder voorzitterschap van C.D.van Meerkerk, geassisteerd door en bevlogen bestuur werd aan de opbouw begonnen. Drie senior- en vier juniorelftallen namen aan de competitie deel. Onder de bezielende leiding van Jan Van Maaren, die zelfs folders liet uitdelen op scholen om lid te worden van Unicum, groeide de juniorafdeling uit tot 5 elftallen. Onder de ouders moest een oproep gedaan worden om zich als juniorleider aan te melden, hetgeen ook succes had. Nadien groeide de junior-afdeling uit tot 7 elftallen.

Na de oorlog werd dus begonnen met 3 seniorelftallen. Het eerste speelde in de 4e klasse van de K.N.V.B. (toendertijd het hoogste niveau van het zaterdagvoetbal in het land !!) en de reserve elftallen in de Afdeling Rotterdam van de KNVB. Het eerste seizoen (1945-46) bracht geen daverende successen. In 1946 werd het 25-jarig bestaan gevierd met een receptie, een jubileumwedstrijd en een feestavond in Lommerijk.

In april 1947 meldde ondergetekende zich als lid waarvan ik nooit spijt heb gehad. Het was vooral de vertrouwde sfeer die mij aansprak. Lid zijn van Unicum betekende en betekent voor mij nog steeds iets: een vereniging van vrienden.

Door de sterke groei werd Unicum één van de grootste verenigingen in het zaterdagvoetbal en kon succes niet uitblijven. Unicum B1 werd in 1948 en in 1949 kampioen en Unicum A3 in 1950. Ook Unicum 4 werd kampioen in 1949-50.

Door de junioren werd menig beker werd op toernooien gewonnen en in 1951 werd A1 kampioen van zijn afdeling. Ik herinner mij nog dat het voor het kampioenschap van Rotterdam tegen Feijenoord A1 moest aantreden, dat spelers in zijn elftal had die later voor Feijenoord 1 uitkwamen. Ondanks ons fantastische elftal verloren we met 6-1. Dick van Putten scoorde het enige Unicum doelpunt.

In 1951 werd het 30-jarig bestaan gevierd met een feestavond in gebouw Palace. Onder leiding van Jan Vogel werd dat jaar een volleybalvereniging opgericht: twee dames- en één herenteam namen aan de competitie van de NeVoBo deel.

In 1953-54 moest Unicum 1 fel strijden om het behoud van het 4e klasseschap, hetgeen na zinderende wedstrijden lukte. Ons A1 elftal werd na een enerverende eindstrijd met St.Lodewijk en Activitas, met een beslissingswedstrijd tegen laatstgenoemde, kampioen.

Tevens nam het deel aan het kampioenschap van Rotterdam. H.O.V. A1 werd kampioen van Rotterdam. Na deze successen volgden vele invitaties voor wedstrijden tegen gerenommeerde elftallen o.a. Excelsior A1 en H.O.V. A1.

Speelde Unicum in 1955 nog met slechts 5 elftallen, ieder jaar liep het op, van 7 via 8 en 9, speelde het in 1960 met 13 elftallen in de competitie, met een kleine terugval in 1961 met 12 elftallen en 1962 met 10 elftallen. Het bestuur was in de jaren vijftig zeer constant van samenstelling. In 1957-58 deed onze eerste betaalde trainer zijn intrede, de heer M.Wervenbos, hetgeen goede resultaten bracht. Na een nek aan nek race tussen T.O.G.R., Unicum en H.V.O. werd T.O.G.R kampioen en derdeklasser.

In 1959 werd de heer Grobbe trainer. Onder zijn vaderlijke leiding werd het elftal een vriendenclub. Unicum 1 voerde een felle strijd om het kampioenschap, doch sneuvelde in de laatste wedstrijden, wat een tweede plaats tengevolge had.

Een feestcommissie ter voorbereiding van et 40-jarig bestaan werd in het leven geroepen. Eerste elftal speler Dick van Putten werd na twee oefenwedstrijden opgesteld in het Nederlands Zaterdagelftal. Hij kwam uit tegen Frankrijk en België.

Kampioenen konden we ook weer begroeten in 1959: B1, B2, C1, en C4. Op de Westelijke Bondsdag 1959 op Varkenoord behaalde Unicum 1 de eerste plaats in de hoogste afdeling. In de finale werd A.S.W.H. met 1-0 verslagen.

In 1959-60 werd Unicum weer geen kampioen. Het verloor een nek aan nek race met V.V.E. dat Unicum in de laatste wedstrijd met 5-2 versloeg. De titel ‘lid van verdienste’ werd ingevoerd en de eerste onderscheidingen werden uitgereikt aan de heer C.D.van Meerkerk en Jan Martens.

Het 40-jarig jubileum werd groots gevierd met een jubileumwedstrijd tegen Excelsior Maassluis, een receptie in Du Nord en een feestavond in Lommerrijk.

Het seizoen 1961-62 kende een mooi begin met de organisatie van de Westelijke Bondsdag 1961 op 9 velden aan de Gordelweg. De ‘Zaterdagsport’ schreef: “In Rotterdam maakte Unicum de Westelijke Bondsdag tot een overweldigend succes. Unicum bedankt, het was geweldig”. Het eerste elftal werd wederom tweede in de 4e klasse KNVB en Unicum 3 werd kampioen, evenals Unicum C3 en C5.

In het seizoen 1961-62 werden de scheidende penningmeesters Hans Enzlin en Wim van Heusden tot lid van verdienste benoemd. In 1962 werd de stichting ‘Bouw en exploitatie clubhuis CS Unicum‘ opgericht en in 1963 kwam het bericht dat Unicum op korte termijn het terrein aan de Hazelaarweg mocht gaan bespelen.

Voor het eerst speelden 3 Unicum elftallen in de KNVB in 1962-63. Helaas moesten ze alledrie met een bescheiden plaats genoegen nemen.

In 1963-64 werd alleen Unicum B1 kampioen.

Op 29 augustus 1964 vond de feestelijke opening plaats van het nieuwe clubhuis. Ondanks de nieuwe accommodatie waren de resultaten niet geweldig: Unicum 2 en Unicum 3 degradeerden zelfs allebei uit de KNVB. Trainers kwamen en gingen. Jan Postema nam het roer over van J.Hoogvliet en werd op zijn beurt opgevolgd door J.Otte.

In 1965 werd Coen Muller tot erelid van onze vereniging benoemd. De competitie 1965-66 bracht 10 senior-elftallen in het veld. Het eerste behaalde het kampioenschap van de 4eklasse C door in de laatste wedstrijd tegen Spirit in Ouderkerk aan de IJssel met 1-1 gelijk te spelen en promoveerde naar de 3e klasse KNVB.

Unicum 1 moest in 1966-67 in een na-competitie met D.U.N.O. en Zuidland het derdeklasserschap veilig stellen, hetgeen lukte. Er speelden 13 senioren-elftallen in de competitie, doch weer geen ereplaatsen. Trainer Otte verliet de vereniging en werd opgevolgd door C.de Haan.

Met wederom 13 elftallen in 1967-68 werden er wel kampioenschappen behaald: Unicum 3 en Unicum 8 werden kampioen. Het eerste handhaafde zich in de 3e klasse.

In 1968-69 stonden weer 13 elftallen in de startblokken en de resultaten waren goed. Unicum 4, 5, 7 en 11 werden kampioen, waardoor voor de tweede maal drie elftallen in de KNVB competities zouden gaan spelen terwijl het 4e, 5e en 6e in de 1e klasse RVB gingen spelen.

Het verloop van 1969-70 was voor de meeste elftallen zeer teleurstellend. Alleen Unicum 2 behaalde het kampioenschap en promoveerde naar de reserve 2e klasse van de KNVB. Het eerste echter degradeerde naar de 4e klasse. Trainer Molenbeek vertrok en zijn plaats werd ingenomen door Cor van der Gijp.

Unicum 1 en Unicum 2 streden het hele seizoen voor lijfsbehoud in 1970-71 en het derde elftal degradeerde.

Het 50-jarig jubileum werd groots gevierd met diverse evenementen, een receptie en een geslaagde feestavond in gebouw Palace.

N het jubileum stonden we voor een nieuwe opgave, misschien wel een nieuw tijdperk. Er moesten nieuwe kleedlokalen komen en de statuten moesten aangepast en vastgesteld worden. Vanuit de trainersduiventil was Cor v.d.Gijp gevlogen en de heer Keehnen vloog binnen. Ook die vloog weer weg en Gijs de Jong vloog binnen.

Waarschijnlijk door de vergrijzing van de wijk Schiebroek liep het ledenaantal terug. Opmerkelijk was de instabiliteit van het bestuur. De functies werden steeds gewisseld. Het bestond niet meer dat een bestuurslid voor langere tijd in het bestuur zat, en het werd steeds moeilijker vacatures in te vullen.

In 1974-75 ging Gijs de Jong en nam Joop Dekker de trainersfakkel over. De prestaties bleven achter, weer geen overgang naar de 3e klasse voor het eerste elftal. Datzelfde gold voor 1975-76.

Het seizoen 1976-77 bracht gelukkig weer iets positiefs: Coen Muller was 50 jaar lid van onze vereniging en tijdens de receptie werd hem de zilveren bondsspeld van de KNVB aangeboden. Gijs de Jong volgde Joop Dekker weer op als trainer.

Eindelijk een goed jaar voor Unicum in 1977-78. Unicum 1 eindigde op de tweede plaats en wist via een beslissingswedstrijd tegen Naaldwijk voor promotie naar de 3e klasse te zorgen door met 2-0 te winnen.

De finale van de RN-cup werd bereikt waarin met 3-1 van Overmaas werd verloren.

Seizoen 1978-79 bracht Unicum 1 een nek aan nek race met D.O.T.O. om de titel, die uiteindelijk nipt werd verloren.

Zo naderen we het 60-jarig bestaan van Unicum. We schrijven 1979-80. Goede resultaten voor de winterstop. Na de winter werd het minder en Unicum 1 eindigde op de vierde plaats. De RN cup bracht ons weer in de finale, nu tegen D.R.L. Na verlenging en strafschoppen trokken we weer aan het kortste eind. Succes was er wel voor Unicum 4 en Unicum 8 die beide kampioen werden. Hierdoor was Unicum in het daaropvolgende seizoen weer verzekerd van 3 KNVB elftallen. De ‘oude mannen’ wonnen bij Zwart Wit’28 een veteranentoernooi.

Qua prestaties was 1980-81 niet zo’n best jaar. Unicum 1 eindigde op de tweede plaats achter ’s Gravezande SV. In de RN cup werd Unicum in de 2e ronde uitgeschakeld. Unicum 2 ontliep degradatie via Unicum 3. Een hele slechte zaak was de terugtrekking van Unicum 4 en 7 uit de competitie door slechte opkomst.

Na de grandioze feestweek ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan en een enorm succes van de Grote Club Actie (4500 loten is niet niks) drukte de realiteit van alle dag ons weer met de neus op de feiten. De teruggang van het aantal leden werd ook op het financiële vlak meer en meer merkbaar. Naast het teruglopen van inkomsten werden we ook geconfronteerd met het stijgen van de vaste lasten (huur, onderhoud, belasting etc.). Unicum kreeg een tennisafdeling die een aantal jaren floreerde.

Na vele jaren van ‘stille’ arbeid werd John van Weelden in 1982 tot erelid benoemd.

Aan het eind van het seizoen 1981-82 degradeert Unicum 1 van de 3e naar de 4e klasse van de KNVB.

Op het sportieve vlak kende de vereniging hoogte- en dieptepunten. Weliswaar werd Unicum 7 kampioen in 1986 en in 1987 was er een kampioenschap voor het vijfde elftal, maar de promotie van het 1e elftal naar de 3e klasse van de KNVB aan het einde van het seizoen 1984-85 (na een historische beslissingswedstrijd tegen Berkel) was helaas het voorlopige einde van de hoogtepunten en tevens het begin van een gestage teruggang naar de hoofdklasse van de RVB door de degradaties in 1987 en 1989. (Pas als de zaterdag-afdeling van rvv Schiebroek’94 werd de KNVB weer bereikt in 1995).

CS Unicum heeft, zoals duidelijk zal zijn uit het bovenstaande, vele goede en minder goede spelers in de gelederen gehad. Dick van Putten was de enige international die we hebben voortgebracht daarnaast hebben (ex) eredivisiespelers Warry van Wattum (Sparta, SVV, Dordrecht’90, FC Groningen en BV Veendam) en Jochem van der Hoeven (Sparta, Vitesse en Fortuna Sittard) hun roots bij Unicum.

"met elkaar, voor elkaar"

palace-casinos.nl

asta casino

De Roock

SponsorKliks